Linzen koken met liefde: een handleiding

Veel mensen vinden linzen vies of iets voor geitenwollen sokken met peterselie tussen hun tenen. Dat snap ik wel als je linzen uit blik proeft of ze plat kookt. Slijmerige blubber of melige kinderkost, daar zit niemand op te wachten. Dus: niet platkoken en linzen in blik op het supermarktschap laten staan. Gedroogde linzen zijn goedkoop, voedzaam, vezelrijk én lekker op voorwaarde dat je ze klaarmaakt zoals het hoort. Een kleine handleiding dus.

De juiste linze voor de juiste lunch

Wat had je in gedachten? Een slaatje? Linzen zijn er in veel soorten en maten maar ze zijn niet allemaal geschikt voor in je lunchbokaal. De rode of oranje koken meteen tot pap. Ideaal dus voor soep. De bruine zijn een beetje de mossels van de linzen. Niet plat maar ook niet echt stevig. Reserveren voor een stoofpotje dus. Als je linzen koud in een slaatje wil eten, kies je best voor groene of zwarte linzen. Voor de kenners: Le Puy of Belugalinzen dus.

Linzen zonder darmgassen

Enne… hoe zit dat met darmgasexplosies, hoor ik je denken. Ewel. Als je linzen behandelt als hun grote broers bonen, zijn ze poeslief voor je darmen. Gedroogde bonen welteverstaan. Hoe zat dat ook weer? Als je bonen ook maar een beetje zacht en verteerbaar wil krijgen, zit er niks anders op dan ze een nacht te weken. Een nacht, hoor ik je denken… Geen zorgen. Linzen zijn al blij met een uurtje zwemmen. Omdat mijn darmen zeer veeleisend zijn en ik meestal vergeet dat ik een portie linzen in een kom water gekeild heb, wordt dat uur bij mij meestal twee uur. Nog een gouden tip om het risico op inwendige windstoten te beperken: spoel de geweekte linzen af en kook ze in vers water.

Kook linzen met smaak (en liefde)

Je kan linzen koudweg in water gooien en laten koken, maar daar worden ze niet echt gelukkig van. Je slaatje zal dus navenant zijn.  Als je toch de moeite doet om linzen zelf te koken, kan je evengoed al een smaakje toevoegen aan het kookwater. Mijn favorieten: peterseliestelen en laurier. Maar ook een teentje look of een gehalveerd sjalotje doen het prima.

Doordat je de linzen al hebt laten weken, hoeven ze maar heel kort te koken.  Voor je het weet koken ze kapot, dus hou ze goed in de gaten. Het zijn per slot van rekening nog altijd maar de kleine broers onder de peulvruchten. Van zodra het water zachtjes begint te rimpelen, moet het vuur omlaag en proef je al een keer. Zijn ze zacht, nog een beetje knapperig,  maar nog niet kapot? Dan is het tijd om uit het water te komen en af te drogen. Dat afdrogen doe ik zo: ik zet de afgegoten linzen weer op het vuur en roer tot al het restwater verdampt is. En dan vergeet ik wel eens het vuur af te zetten, maar dat zou ik niet aanraden tenzij je graag zwarte potten schrobt.

Verwen linzen met iets zouts en iets scherps

Om linzen de smaak te geven die ze verdienen, moet je ze niet alleen liefde geven maar vooral iets zouts en iets scherps. En vooral: dat doe je als ze nog dampend heet zijn.  Mosterd is een optie. Azijn en olie zijn een must. Mijn snelste versie is een geutje notenolie en een scheutje ume su. U zegt? Ume su. Dat is pekel van Japanse pruimen die Japanners umeboshi noemen. De zoute smaak doet het geweldig bij groene of zwarte linzen. Je vindt ume su of umeboshiazijn in in de biowinkel. Liever geen Japanse zoute pruimen? Een pittige mosterddresssing is ook prima, zolang je hem maar toevoegt als de linzen nog heet zijn en je hem zout genoeg maakt.

Persoonlijk vind ik het voldoende als alle linzen een glimmend laagje hebben, maar als jij je linzen graag nog eens laat zwemmen… feel free. Vind je in de koelkast nog wat pijpajuin of peterselie? Alles wat groen en kruidig is doet linzen floreren.

Als ik zo’n portie linzen heb klaargemaakt, gaat er een laagje in mijn lunchpot voor de dag nadien. De rest gaat in de koelkast en blijft tot bijna een week goed.

Nog eens kort samengevat. Dit heb je nodig:

  • 250 g gedroogde groene of zwarte linzen (een half pakje dus)
  • voor extra smaak in het kookwater: peterseliestelen, laurierblaadje en eventueel een teen look of een gehalveerd sjalotje
  • ume su en notenolie (of een stevige mosterddressing)
  • Fijngehakte peterselie of pijpajuin of andere groene kruiden

Linzen klaarmaken. Zo doe je dat:

  • Spoel de gedroogde linzen af in een fijne zeef.
  • Week de linzen gedurende een uur of iets langer in fris water.
  • Giet en spoel de linzen af. (Hier komt de fijne zeef ook weer van pas.)
  • Doe de linzen met (veel) vers water in een kookpot en breng zachtjes (!) aan de kook. In dat water voeg je het zelfgekozen smaakje toe.
  • Van zodra het water rimpelt, proef je of de linzen gaar zijn.
  • Beetgaar? Afgieten en de pot weer even op het vuur zetten. Roer zachtjes tot al het water verdampt is.
  • Voeg terwijl de linzen nog heet zijn een paar eetlepels ume su en ongeveer evenveel notenolie toe. Een stevige mosterddressing kan ook. Proef. Nog wat extra olie? Wat meer ume su?
  • Meng zachtjes de fijngehakte kruiden of pijpajuin onder de linzen.

Smakelijk!