Maandelijks archief: september 2019

Schemergrammatica: over vallende avonden en de dag neerleggen

Het doet elk jaar weer een beetje pijn: het moment waarop de lange zomeravonden plots verleden tijd blijken. Het is het moment dat je je ’s avonds na de afwas realiseert dat buiten iemand het licht al heeft uitgedaan. Patat: de avond is gevallen voor je de dag kon neerleggen.

Ondergaande zon
foto: Bert Jacobs

De dag plechtig neerleggen

De dag neerleggen. Ik denk daar altijd iets plechtigs bij. Klaroengeschal of pauken. Iets bombastisch. Met vlaggen zelfs misschien. Al hou ik helemaal niet van vlaggen. Maar die vlag was een nu eenmaal een essentieel onderdeel in het avondritueel vroeger op kamp met de Chiro. Voor de jongsten gingen slapen, sloten we de dag af met het vlaggenlied: “Daal nu bij het zinken”. Voor wie niet in de Chiro gezeten heeft: het dalen verwijst naar de vlag, het zinken naar de dag.

Niet dat ik heimwee heb naar dalende vlaggen of bombastische gezangen. Ik heb wel heimwee naar de avonden die we de voorbije vakantie doorbrachten op een boerderij in Normandië. We ‘woonden’ in een luxueuze tent met zicht op een paar kippen, twee ezels en een glooiend groen landschap. Luxueus moet je in deze interpreteren als: het was een grote tent met echte bedden en een tafel en stoelen en stromend water. Wat er niet was: elektriciteit. Als de kinderen in bed lagen, nestelden we ons buiten voor de tent met een dekentje en een boek. Al zaten we even vaak zonder boek gewoon te kijken en te luisteren. Tot de zon achter de horizon gezonken was en de vogels zwegen.

Mediteren avant la lettre

Schemeren is in principe een onpersoonlijk werkwoord: een werkwoord dat alleen ‘het’ als onderwerp kan hebben zoals bij ‘het regent’ of ‘het sneeuwt’. Ik sneeuw niet, jij regent niet, wij schemeren niet. Of wel? Vroeger was het niet zo gek dat mensen ’s avonds ‘schemerden’ voor ze de nacht in gingen. Het werk op de boerderij was gedaan, het werd stilaan donker en elektriciteit was er niet of was iets waar je spaarzaam mee omsprong. Dan ging je op een bankje voor de boerderij zitten om de dag te overschouwen terwijl de avond neerdaalde.

In Het no-nonsense meditatie boek beschrijft Jeff Vermassen hoe zijn groottante bij de kolenkachel de avond naar zich toe liet komen. Ze keek enkele uren uit het raam tot het tijd was om naar bed te gaan met enkele het licht van een paar gloeiende kooltjes. Van mediteren had ze wellicht nog nooit gehoord, laat staan dat ze naar Headspace swipete voor ze naast haar kachel plaatsnam.

Uit de schemerzone

Jarenlang was er geen haar op mijn hoofd dat er ook maar aan dacht om ’s avonds gewoon wat te zitten, te kijken of te zijn. Tot ik voor lange tijd in een donkere schemerzone belandde: ’s nachts sliep ik zelden en overdag struikelde ik over de meest routineuze handelingen. Mijn zoon aankleden, een boterham smeren of de was in de machine stoppen: het waren bergen die ik niet meer kon beklimmen. Ik had overal pijn, kreeg voortdurend hartkloppingen en voelde me als een uitgewrongen dweil. Ik wilde zo snel mogelijk weer aan het werk en deed er alles aan om zo snel mogelijk weer mijn figuurlijke bergen te beklimmen. Dat dacht ik tenminste.

Ik was al bijna drie maanden thuis toen mijn psychologe me begripvol maar kordaad terechtwees: “Wil jij weer gaan werken? Wanneer ga jij dan eindelijk stoppen met rondrennen?” Ik voelde me betrapt en moest tot mijn eigen verbazing vaststellen dat ik nog altijd een ratje in een molentje was. Ook al zat er geen betaald werk meer in het molentje, ik ging in overdrive met het plannen en organiseren van stomme routineklusjes. Mijn to-do-lijstjes namen hilarische proporties aan in een poging om mijn gebrekkig geheugen te compenseren.

Ik kreeg van de psychologe de opdracht om elke dag drie minuten te zitten en te ademen. Drie volle minuten. Zitten en ademen. Hoe moeilijk kon dat zijn? Aartsmoeilijk dus. Die drie minuten leken een eeuwigheid en ook al had ik al bijna veertig jaar probleemloos geademd, een evenwichtsnummer op de trapeze leek me haalbaarder.

Stilstaan om vooruit te gaan

Na drie maanden thuis, trok ik voor een paar dagen naar een klooster in de hoop daar rust en inzicht te vinden. Ik had er een bed, een tafel en een stoel. Er was geen afwas om uit de machine te halen en geen speelgoed om op te ruimen. Er waren geen kleren om te strijken, geen kinderen om aan en uit te kleden, geen kasten om leeg te maken en weer te vullen. Ik kon er niet veel anders doen dan zitten, lezen of wandelen.

Het was april en de dagen waren lentedagen uit de boekjes met glinsterende dauwdruppels, priemende zonnestralen en ontluikende bloemenpracht. Tijdens een van mijn wandelingen in de kloostertuin botste ik op een steen met het volgende citaat: “Ik sta even stil en dat is een hele vooruitgang.” Ook al vergde het nog maanden om er fysiek, mentaal en emotioneel weer bovenop te geraken, in mijn hoofd klaarde het langzaam op.

Natuurlijke pauzeknop

Na die drie kloosterdagen nam ik me voor om me elk jaar een paar dagen alleen met mezelf door te brengen. Met uitzondering van een tweedaagse fietstocht in mijn eentje een paar jaar geleden, is dat niet gelukt. Maar ik merk dat ik minder nood heb aan zo’n ‘retraite’ als ik af en toe gebruikmaak van de natuurlijke pauzeknop die avond heet. Dan laat ik mezelf even uit in het park terwijl de zon achter te horizon zakt en de was op de strijkplank ligt. Of ik laat de Lego van mijn zonen liggen waar hij ligt en ik duik met een boek in de zetel. Ik geef me over aan de avond die als een warm deken op mijn neervalt. Zodat ik op mijn vijfenzestigste geen hartaanval krijg en op mijn vijfennegentigste lange avonden kan ‘schemeren’ bij het (tegen dan wellicht illegale) houtvuur.

Van mand tot maaltijd: 3 tips om te koken met seizoensgroenten

In de Colruyt kies je zelf wat je in je mandje legt. Dat is handig.

Kiezen. Kopen. Betalen. Koken. Klaar.
Wortelen. Tomaten. Komkommer. Next.

Een mand met CSA-groenten is anders. Je weet vooraf niet wat er zal in zitten.

Raapstelen. Meiraapjes. Choggia bieten. Mizuna. Warmoes. U zegt?

Groenten die ik tot voor een paar jaar nog nooit op mijn bord zag. Laat staan dat ik wist wat ik ermee aan moest om er iets eetbaars mee te maken dat liefst nog lekker was ook. De infomailtjes van Maaike van Ons Logisch Voedsel waren een hulp. Mijn liefde voor koken zeker. De extra tijd die ik had toen ik deeltijds ging werken was meer dan welkom. Intussen heb niet veel extra tijd meer nodig om elke week een groentemand om te zetten in een reeks voedzame maaltijden.

Mizuna. Meirapen. Daikon. Pastinaak. Ik kan ze niet meer missen.

Seizoenskoken is mijn creatieve uitlaatklep. Bovendien eten we gezonder en gevarieerder dan ooit. De maanden zonder groentemand zijn als een zomers terraske zonder frisse pint. Ik loop die maanden als een kip zonder kop rond in de supermarkt en kom elke week met dezelfde groenten aan de kassa. 

Het vraagt wel wat strategie en organisatie om de transsubstantiatie van mand naar maaltijd(en) te maken. Maar met deze tips kom je al een heel eind:

1. Neem een paar wat-zit-er-nog-in-de-koelkast recepten op in je kookcanon

Dit is het huisvrouwkoken pur sang: het maakt niet uit wat er in de koelkast ligt, even later ligt het al dan niet onherkenbaar op je bord.

De absolute klassieker is natuurlijk soep. Had je ook zelf wel kunnen bedenken. Al hoort daar ook een maar bij want een soeppot is geen vuilnisbak. Dat zeg ik niet, maar zijn de wijze woorden van kookschrijfgoeroe Dorien Knockaert. Haar soepwetten zijn er voor iedereen die gedachteloos de inhoud van de koelkast in de soeppot hakselt.

Staat bij ons verder nog vaak op het menu: groentenwok met terryakisaus. Omdat de saus zorgt voor de smaak is dat een ideale manier om groenten te verstoppen waar mijn nageslacht anders de neus voor ophaalt. Terryakisaus kan je uiteraard kopen, maar ze is ook gemakkelijk zelf te maken.

20180615_182115

Komen in aanmerking voor de wok: prei, pijpajuin, wortel, raap, rettich (of daikon), radijs, peultjes,… kortom alle harde groenten die je in kleine reepjes kan snijden. Je kan wanneer de groenten bijna gaar zijn nog een paar blaadjes toevoegen, maar dat is een optie die ik voorlopig uit mijn repertoire geschrapt heb. Als ik het waag om geslonken groen te serveren, brengen mijn zonen steevast hun klassieke treurspel ten berde: “Ons mama probeert ons om zeep te helpen met groen rattenvergif.”

Ik hou de blaadjes dan maar voor frittata.  Italiaanse mama’s zullen mijn fritatta wel heiligschennis vinden: ik stop er nl. zoveel mogelijk groenten in en zo weinig mogelijk ei. Eigenlijk lijkt hij meer op een kuku sabsi, de Perzische versie van frittata zeg maar. Maar omdat dat niet echt als huisvrouwkoken klinkt, hou ik het bij frittata of groentetaart zonder korstje. Wat ik wel doe volgens de regels van de kunst: eerst de groenten klaarmaken en ze dan pas mengen met ei.  Uitzondering op regel: geraspte courgette.

20180926_182046

Belanden regelmatig in mijn ei-taart: courgettes, pompoen en alle mogelijke blaadjes en (fijngesneden) steeltjes ondersteund door een of twee ajuinen. Een paar (diepvries)erwtjes erbij of een handvol zwarte olijven en het ziet er echt taart uit. Ik heb geen pan die zowel op het fornuis als in de oven kan, dus ik zet heel  het zootje meteen 20 minuten in de oven op 180 graden.

2. Omarm het saladbar principe en hou je kroost te vriend

Deze is bij ons beter gekend onder de ietwat tautologische term ‘buffet met kiezertjes’. Het komt erop neer dat ik in de loop van de week een aantal kleine gerechtjes bij elkaar sprokkel die op een gegeven moment allemaal samen op tafel verschijnen.

3. Laat de ambtenaar in je los: plan en archiveer je weekmenu

Tja. Dat ik al meer dan tien jaar voor een grote lokale overheid werk, laat stilaan zijn sporen na. Al beschouw ik mezelf eerder als ‘de goede huisvrouw’ als ik hiermee bezig ben. Als ’s dinsdags de groentemand arriveert, noteer ik wat erin zit. Dat tel ik op bij wat er nog in de koelkast ligt. En dan ‘bereken’ ik wat ik de komende week allemaal ga maken. Uitkomst is ons wekelijks – euhm – weekmenu dus. Waar is dat nu goed voor, hoor ik je denken. Wel, ik zal het je vertellen.

Voor dat berekenen heb ik verschillende formules. De eerste formule is die voor rustige avonden: ik nestel mij in de zetel met een paar kookboeken en mijn groentelijstje en knutsel een menu in elkaar met de klassiekers uit mijn repertoire (zie hierboven 😉 en de inspiratie uit mijn geliefde kookboeken. De tweede formule is de meest gebruikte want beter geschikt voor de dagen dat mijn avond ‘op’ blijkt voor mijn to-do-lijstje ‘af’ is. Ik pak mijn boekje met weekmenu’s en blader een paar pagina’s terug. Nog interessanter wordt het wanneer je een jaar lang al je weekmenu’s archiveert. Dan kan je teruggaan in je kookgeschiedenis naar het juiste seizoen en simpelweg knippen en plakken.

Oh ja. Er zijn best veel momenten dat de ambtenaar in mij me in de steek laat en ik het moet hebben van mijn improvisatievaardigheden. Wat alsmaar beter lukt naarmate ik mijn kookcanon uitbreid en mijn weekmenuboekje voller wordt 😉

P.S.: Veel CSA-boerderijen bieden de mogelijkheid om hun aanbod enkele weken te proberen. Een goeie manier om je koudwatervrees te overwinnen en bovenstaande tips eens uit te proberen.

PPS: Benieuwd naar jouw wat-zit-er-nog-in-de-koelkast-recepten!