Van mand tot maaltijd: 3 tips om te koken met seizoensgroenten

In de Colruyt kies je zelf wat je in je mandje legt. Dat is handig.

Kiezen. Kopen. Betalen. Koken. Klaar.
Wortelen. Tomaten. Komkommer. Next.

Een mand met CSA-groenten is anders. Je weet vooraf niet wat er zal in zitten.

Raapstelen. Meiraapjes. Choggia bieten. Mizuna. Warmoes. U zegt?

Groenten die ik tot voor een paar jaar nog nooit op mijn bord zag. Laat staan dat ik wist wat ik ermee aan moest om er iets eetbaars mee te maken dat liefst nog lekker was ook. De infomailtjes van Maaike van Ons Logisch Voedsel waren een hulp. Mijn liefde voor koken zeker. De extra tijd die ik had toen ik deeltijds ging werken was meer dan welkom. Intussen heb niet veel extra tijd meer nodig om elke week een groentemand om te zetten in een reeks voedzame maaltijden.

Mizuna. Meirapen. Daikon. Pastinaak. Ik kan ze niet meer missen.

Seizoenskoken is mijn creatieve uitlaatklep. Bovendien eten we gezonder en gevarieerder dan ooit. De maanden zonder groentemand zijn als een zomers terraske zonder frisse pint. Ik loop die maanden als een kip zonder kop rond in de supermarkt en kom elke week met dezelfde groenten aan de kassa. 

Het vraagt wel wat strategie en organisatie om de transsubstantiatie van mand naar maaltijd(en) te maken. Maar met deze tips kom je al een heel eind:

1. Neem een paar wat-zit-er-nog-in-de-koelkast recepten op in je kookcanon

Dit is het huisvrouwkoken pur sang: het maakt niet uit wat er in de koelkast ligt, even later ligt het al dan niet onherkenbaar op je bord.

De absolute klassieker is natuurlijk soep. Had je ook zelf wel kunnen bedenken. Al hoort daar ook een maar bij want een soeppot is geen vuilnisbak. Dat zeg ik niet, maar zijn de wijze woorden van kookschrijfgoeroe Dorien Knockaert. Haar soepwetten zijn er voor iedereen die gedachteloos de inhoud van de koelkast in de soeppot hakselt.

Staat bij ons verder nog vaak op het menu: groentenwok met terryakisaus. Omdat de saus zorgt voor de smaak is dat een ideale manier om groenten te verstoppen waar mijn nageslacht anders de neus voor ophaalt. Terryakisaus kan je uiteraard kopen, maar ze is ook gemakkelijk zelf te maken.

20180615_182115

Komen in aanmerking voor de wok: prei, pijpajuin, wortel, raap, rettich (of daikon), radijs, peultjes,… kortom alle harde groenten die je in kleine reepjes kan snijden. Je kan wanneer de groenten bijna gaar zijn nog een paar blaadjes toevoegen, maar dat is een optie die ik voorlopig uit mijn repertoire geschrapt heb. Als ik het waag om geslonken groen te serveren, brengen mijn zonen steevast hun klassieke treurspel ten berde: “Ons mama probeert ons om zeep te helpen met groen rattenvergif.”

Ik hou de blaadjes dan maar voor frittata.  Italiaanse mama’s zullen mijn fritatta wel heiligschennis vinden: ik stop er nl. zoveel mogelijk groenten in en zo weinig mogelijk ei. Eigenlijk lijkt hij meer op een kuku sabsi, de Perzische versie van frittata zeg maar. Maar omdat dat niet echt als huisvrouwkoken klinkt, hou ik het bij frittata of groentetaart zonder korstje. Wat ik wel doe volgens de regels van de kunst: eerst de groenten klaarmaken en ze dan pas mengen met ei.  Uitzondering op regel: geraspte courgette.

20180926_182046

Belanden regelmatig in mijn ei-taart: courgettes, pompoen en alle mogelijke blaadjes en (fijngesneden) steeltjes ondersteund door een of twee ajuinen. Een paar (diepvries)erwtjes erbij of een handvol zwarte olijven en het ziet er echt taart uit. Ik heb geen pan die zowel op het fornuis als in de oven kan, dus ik zet heel  het zootje meteen 20 minuten in de oven op 180 graden.

2. Omarm het saladbar principe en hou je kroost te vriend

Deze is bij ons beter gekend onder de ietwat tautologische term ‘buffet met kiezertjes’. Het komt erop neer dat ik in de loop van de week een aantal kleine gerechtjes bij elkaar sprokkel die op een gegeven moment allemaal samen op tafel verschijnen.

3. Laat de ambtenaar in je los: plan en archiveer je weekmenu

Tja. Dat ik al meer dan tien jaar voor een grote lokale overheid werk, laat stilaan zijn sporen na. Al beschouw ik mezelf eerder als ‘de goede huisvrouw’ als ik hiermee bezig ben. Als ’s dinsdags de groentemand arriveert, noteer ik wat erin zit. Dat tel ik op bij wat er nog in de koelkast ligt. En dan ‘bereken’ ik wat ik de komende week allemaal ga maken. Uitkomst is ons wekelijks – euhm – weekmenu dus. Waar is dat nu goed voor, hoor ik je denken. Wel, ik zal het je vertellen.

Voor dat berekenen heb ik verschillende formules. De eerste formule is die voor rustige avonden: ik nestel mij in de zetel met een paar kookboeken en mijn groentelijstje en knutsel een menu in elkaar met de klassiekers uit mijn repertoire (zie hierboven 😉 en de inspiratie uit mijn geliefde kookboeken. De tweede formule is de meest gebruikte want beter geschikt voor de dagen dat mijn avond ‘op’ blijkt voor mijn to-do-lijstje ‘af’ is. Ik pak mijn boekje met weekmenu’s en blader een paar pagina’s terug. Nog interessanter wordt het wanneer je een jaar lang al je weekmenu’s archiveert. Dan kan je teruggaan in je kookgeschiedenis naar het juiste seizoen en simpelweg knippen en plakken.

Oh ja. Er zijn best veel momenten dat de ambtenaar in mij me in de steek laat en ik het moet hebben van mijn improvisatievaardigheden. Wat alsmaar beter lukt naarmate ik mijn kookcanon uitbreid en mijn weekmenuboekje voller wordt 😉

P.S.: Veel CSA-boerderijen bieden de mogelijkheid om hun aanbod enkele weken te proberen. Een goeie manier om je koudwatervrees te overwinnen en bovenstaande tips eens uit te proberen.

PPS: Benieuwd naar jouw wat-zit-er-nog-in-de-koelkast-recepten!