Maandelijks archief: oktober 2019

Kippennoedelsoep van Martha voor Mannetje Koek

Martha is een paddenstoel. Een champignon meer bepaald, die op gezegende leeftijd komt te gaan en wiens huis door haar vrienden wordt leeggemaakt. Een van die vrienden is Mannetje Koek. Hij herinnert zich hoe Martha kippennoedelsoep voor hem maakte toen hij verkouden was.

Kippensoep van Martha voor Mannetje Koek

Overleden champignons en rouwende koekjes

In het universum van Pieter Gaudesaboos zijn overleden champignons en rouwende koekjes de normaalste zaak van de wereld. Je zou denken dat dit allemaal wat te absurd is voor jonge kinderen, maar dat is buiten mijn kroost gerekend. De boeken van Mannetje Koek gingen er bij mijn achterban in als – euhm – zoete koek. Toen ik een paar jaar geleden ’s avonds voor de -tigste keer Mannetje Koek schrijft een boek: Martha voorlas aan Hugo, vroeg hij na afloop: “Mama, hoe smaakt kippennoedelsoep eigenlijk?”

Kippennoedelsoep van mama voor Hugo

Tja. Hoe smaakt kippennoedelsoep eigenlijk? In het beste geval warm, vol en troostrijk. Exact wat je nodig hebt op een dag waarop de hemel even snotterig is als jijzelf en je humeur even grijs als het wolkendek. Maar aan zo’n beschrijving heeft een kleuter van vijf natuurlijk niks.

Er zat dus niet veel anders op dan proefondervindelijk vast te stellen hoe kippennoedelsoep smaakt. Geïnspireerd door Gaudesaboos’ overleden champignon en de onovertroffen soeprecepten van de gezusters Hemsley begon ik aan mijn missie.

De kip of het ei: bouillon

In de meeste recepten voor kippensoep begint het verhaal met een soepkip die een tijdje mag pruttelen in een bad van soepgroenten en keukenkruiden. Bij mij eindigt dat verhaal meestal met vettige blubber en weinig smaak. Tot ik in de ban geraakte van de kookkunsten van de zussen Hemsley en hun bottenbouillon. Zij laten afgekluifde botten urenlang koken met afsnijsels van groenten en dichten daar allerhande gezondheidsvoordelen aan toe. Hoe dan ook: de ideale restverwerking. Als je brouwsel toch niet te vreten zou zijn, kan je het afval alsnog in de vuilnisbak/compostbak kieperen zonder daar grote schuldgevoelens aan over te houden. Maar dat hoeft vast niet te gebeuren als je het restjesbouillonrecept in je achterhoofd houdt.

TIPS

  • Mist je kippenbouillon toch wat punch? Trek je voorraadkast even open… Een fles shoyu of tamari gevonden? Een pakje miso? Of desnoods: een bouillonblokje? Prima!
  • In tijden van snot en slijm is een straaltje gembersap ook een geweldig idee: stukje gember raspen en uitknijpen boven de pot.
  • Citroen! Een ‘zuurtje’ is simpelweg wat je nodig hebt om je kippenbouillon van zijn weeë smaak af te helpen!

Iedereen content met soepversiersels

In trendy foodblogs heet dit onderdeel ‘topping’, maar dat vind ik net zo’n inhoudsloos woord als ‘content’. Ik word echt niet blij van het woord ‘topping’. Bij mij heet het dus ‘soepversiersel’. Al is een soepversiersel veel meer dan puur versiering. Ik blijf bij soep wel eens letterlijk op mijn honger zitten als er niks te knabbelen valt. Daar dient soepversiersel dus voor: extra beet zodat de associatie met babyvoeding ver weg blijft.

Nog een voordeel van soepversiersels: iedereen doet er zijn ding mee. Je geeft je mee-eters een bord soep en zet de soepversiersels in aparte kommetjes op tafel. Mijn kuikens vinden dat top en ik ook: zij hebben het idee dat ze zelf mogen kiezen wat ze eten en ik zit grinnikend te kijken hoe ze hopen groenten binnen lepelen. Kortom: iedereen content met soepversiersels.

Genoeg gekakeld, tijd voor actie.

Dit heb je nodig voor een goed gevulde pot soep:

  • een kip (jawel, wat had je gedacht)
  • noedels (uiteraard)
  • een tweetal liter zelfgebrouwde kippenbouillon
  • 2 busseltjes lenteui of een paar preitjes
  • 2 bakjes paddenstoelen (liefst nog niet overleden, champignons zijn prima, maar shitake zijn ook heel lekker)
  • een half zakje diepvrieserwtjes – ongeveer 300 g
  • 3 grote wortels
  • soepversiersels (kies uit 😉
    • (licht gestoomde) sojascheutjes
    • geblancheerde broccoliroosjes
    • opgelegde of rauwe staafjes raap of koolrabi
    • gepekelde gember (te vinden in de natuurvoedingswinkel)
    • waterkers of postelein of gesnipperde peterselie en/of koriander
    • gepelde edamame (uit de diepvries)

Aan de slag:

  • De kip. Gewoon braden in de oven want bouillon heb je al. Laten afkoelen. Vlees eraf halen en in stukjes trekken. Botten en karkas zijn de basis voor je volgende bouillon!
  • Paddenstoelen schoonmaken en in niet te grote stukken snijden.
  • Prei of lenteui wassen en fijn snijden.
  • Wortels met een spiralizer of gewoon met een dunschiller in ‘noedels’ snijden. Als het snel moet gaan, zijn schijfjes uiteraard ook een optie.
  • Bouillon aan de kook brengen. Gesneden groenten en kippenstukjes toevoegen. Als ze bijna gaar zijn de diepvrieserwtjes toevoegen en nog even laten mee koken.
  • De noedels kook ik meestal apart zodat de soepeters zelf kunnen kiezen hoeveel noedels ze in hun soep willen.
  • Versiersels blancheren/stomen/snijden of gewoon in kommetjes scheppen.
  • Aan tafel!

PS: Een paddenstoelentip voor wie in de buurt van Deurne woont: Pad en Stoel is een fijn stadslandbouwinitiatief waar je lokaal en biologisch geteelde paddenstoelen vind. Geen idee of ze soms huizen van overleden champignons moeten leegmaken…

Wakker liggen van slapen: twee inzichten

Een tijdlang dacht ik dat ik ze op een of andere manier aantrok: mensen die slecht slapen. Omdat mijn bed een paar jaar lang oorlogsgebied was en het onderwerp ‘slecht slapen’ daarom nogal hoog op mijn lijstje stond. En omdat je nu eenmaal niet altijd over het weer kan praten. Maar als Canvas binnenkort een hele reeks wijdt aan slecht slapen, ligt het misschien toch niet aan mij.

Oorlogsgebied dus. In mijn herinnering werd er bij momenten hevig strijd gevoerd, maar in mijn ondergelopen IJzervlakte boekte ik soms maandenlang geen centimeter winst op de vijand. Ik verslond alles wat over slapen ging en nachtenlang lag ik me te ergeren aan binnenkoppers als “Zorg voor een frisse, goed verduisterde slaapkamer.” of “Drink geen slaapmutsje.”

Maar af en toe kwam ik adviezen op het spoor die weer beweging brachten in mijn loopgravenoorlog. Ik kan ze kort samenvatten: goed slapen ’s nachts begint overdag.

“Goed slapen begint overdag.” Haha. Wie had het daar over binnenkoppers? Wacht, ik maak het concreter met twee inzichten.

1: Daglicht

Weinig kamerplanten overleven in onze living. Geen eigenlijk. Dat is een feit. Ik dacht dat dat komt omdat ik geen groene vingers heb, maar nu weet ik beter. Het hoge sterftecijfer van graslelies, lepelplanten en zelfs vrouwentongen heeft alles te maken met het gebrek aan licht in onze living. Licht. Daglicht meer bepaald. Niet dat ik mijn kennissen en collega’s ga vergelijken met sanseveria’s of cactussen, maar wij mensen hebben best wel wat met planten gemeen.

We kunnen namelijk niet zonder daglicht. Daglicht is essentieel voor de aanmaak van melatonine, het hormoon dat ervoor zorgt dat we ’s avonds vredig indommelen en de nacht zonder noemenswaardige onderbrekingen doorbrengen . En daglicht mag je in deze definiëren als licht dat rechtstreeks op je netvlies valt, dus zonder tussenkomst van ramen. En om het helemaal moeilijk te maken: liefst nog het daglicht van de vroege ochtend omdat dat het sterkst is.

Denk even na. Een gewone dag. Na een kop koffie, ren je de deur uit om in de file te gaan staan richting kantoor. Als het een goeie dag is, heb je tijdens de lunchpauze een momentje om een luchtje (en een lichtje) te scheppen. ’s Avonds stap je weer in de auto. Tovert snel iets uit de koelkast op tafel. Rommelt wat aan in het huishouden. Stuurt je kinderen naar bed. Pakt je tablet. Belandt in de zetel.  Sleept je van zetel naar bed.

Hoeveel uur heb je op zo’n dag het daglicht met eigen ogen kunnen aanschouwen? Een half uurtje? Anderhalf uur als je met de fiets naar je werk bent gegaan? Ongetwijfeld onvoldoende. Een reportage die mijn ogen opende voor het vroege daglicht was de oude maar niet gedateerde Pano-reportage ‘Waarom slapen we zo slecht?‘ (1-3-2017).  Reporter Chris Michel gaat daarin op zoek naar de oorzaak van zijn chronisch slaapprobleem. Raad eens … zelfs als hij ’s ochtends drie kwartier buiten gaat joggen en de rest van de dag bij het raam zit te werken, krijgt hij nog maar een fractie binnen van het licht dat hij eigenlijk nodig heeft.

2: Dag licht

Kijk nog eens even naar die ‘gewone dag’. Meer bepaald naar het einde: “Pakt je tablet.” Nadat je overdag een paar luttele lumen daglicht hebt opgeslorpt, geef je je ogen de kost aan een paar uur kunstmatig blauw licht. Met andere woorden: tegen het moment dat je lijf  toe is aan die welverdiende nachtrust, zeg je “Wakker worden! Vooral geen melatonine aanmaken!”

Er bestaan apps en ingebouwde filters (bv. in Windows 10) om het blauw licht te filteren. Daarmee ga je de nadelige effecten van blauw licht wel tegen, maar bij mijn weten bestaan er geen apps om het stresseffect van een vervelend mailtje van je baas weg te filteren. En ook niet van een bloedstollende aflevering van je favoriete serie.

De moraal van het verhaal: een uur voor je onder de wol kruipt alle schermen uit. Moeilijk? Bwa. Gewoon ‘power off’. Maar wat doe je dan dat laatste uur voor de dag verglijdt in de nacht? De pauzeknop indrukken en de dag plechtig neerleggen. Meer moet dat niet zijn.

Slaapwel!