Wakker liggen van slapen: twee inzichten

Een tijdlang dacht ik dat ik ze op een of andere manier aantrok: mensen die slecht slapen. Omdat mijn bed een paar jaar lang oorlogsgebied was en het onderwerp ‘slecht slapen’ daarom nogal hoog op mijn lijstje stond. En omdat je nu eenmaal niet altijd over het weer kan praten. Maar als Canvas binnenkort een hele reeks wijdt aan slecht slapen, ligt het misschien toch niet aan mij.

Oorlogsgebied dus. In mijn herinnering werd er bij momenten hevig strijd gevoerd, maar in mijn ondergelopen IJzervlakte boekte ik soms maandenlang geen centimeter winst op de vijand. Ik verslond alles wat over slapen ging en nachtenlang lag ik me te ergeren aan binnenkoppers als “Zorg voor een frisse, goed verduisterde slaapkamer.” of “Drink geen slaapmutsje.”

Maar af en toe kwam ik adviezen op het spoor die weer beweging brachten in mijn loopgravenoorlog. Ik kan ze kort samenvatten: goed slapen ’s nachts begint overdag.

“Goed slapen begint overdag.” Haha. Wie had het daar over binnenkoppers? Wacht, ik maak het concreter met twee inzichten.

1: Daglicht

Weinig kamerplanten overleven in onze living. Geen eigenlijk. Dat is een feit. Ik dacht dat dat komt omdat ik geen groene vingers heb, maar nu weet ik beter. Het hoge sterftecijfer van graslelies, lepelplanten en zelfs vrouwentongen heeft alles te maken met het gebrek aan licht in onze living. Licht. Daglicht meer bepaald. Niet dat ik mijn kennissen en collega’s ga vergelijken met sanseveria’s of cactussen, maar wij mensen hebben best wel wat met planten gemeen.

We kunnen namelijk niet zonder daglicht. Daglicht is essentieel voor de aanmaak van melatonine, het hormoon dat ervoor zorgt dat we ’s avonds vredig indommelen en de nacht zonder noemenswaardige onderbrekingen doorbrengen . En daglicht mag je in deze definiĆ«ren als licht dat rechtstreeks op je netvlies valt, dus zonder tussenkomst van ramen. En om het helemaal moeilijk te maken: liefst nog het daglicht van de vroege ochtend omdat dat het sterkst is.

Denk even na. Een gewone dag. Na een kop koffie, ren je de deur uit om in de file te gaan staan richting kantoor. Als het een goeie dag is, heb je tijdens de lunchpauze een momentje om een luchtje (en een lichtje) te scheppen. ’s Avonds stap je weer in de auto. Tovert snel iets uit de koelkast op tafel. Rommelt wat aan in het huishouden. Stuurt je kinderen naar bed. Pakt je tablet. Belandt in de zetel.  Sleept je van zetel naar bed.

Hoeveel uur heb je op zo’n dag het daglicht met eigen ogen kunnen aanschouwen? Een half uurtje? Anderhalf uur als je met de fiets naar je werk bent gegaan? Ongetwijfeld onvoldoende. Een reportage die mijn ogen opende voor het vroege daglicht was de oude maar niet gedateerde Pano-reportage ‘Waarom slapen we zo slecht?‘ (1-3-2017).  Reporter Chris Michel gaat daarin op zoek naar de oorzaak van zijn chronisch slaapprobleem. Raad eens … zelfs als hij ’s ochtends drie kwartier buiten gaat joggen en de rest van de dag bij het raam zit te werken, krijgt hij nog maar een fractie binnen van het licht dat hij eigenlijk nodig heeft.

2: Dag licht

Kijk nog eens even naar die ‘gewone dag’. Meer bepaald naar het einde: “Pakt je tablet.” Nadat je overdag een paar luttele lumen daglicht hebt opgeslorpt, geef je je ogen de kost aan een paar uur kunstmatig blauw licht. Met andere woorden: tegen het moment dat je lijf  toe is aan die welverdiende nachtrust, zeg je “Wakker worden! Vooral geen melatonine aanmaken!”

Er bestaan apps en ingebouwde filters (bv. in Windows 10) om het blauw licht te filteren. Daarmee ga je de nadelige effecten van blauw licht wel tegen, maar bij mijn weten bestaan er geen apps om het stresseffect van een vervelend mailtje van je baas weg te filteren. En ook niet van een bloedstollende aflevering van je favoriete serie.

De moraal van het verhaal: een uur voor je onder de wol kruipt alle schermen uit. Moeilijk? Bwa. Gewoon ‘power off’. Maar wat doe je dan dat laatste uur voor de dag verglijdt in de nacht? De pauzeknop indrukken en de dag plechtig neerleggen. Meer moet dat niet zijn.

Slaapwel!